Spring naar inhoud

Weer met beide benen op de grond

Nu ik een tijdje als ICT-coördinator bezig ben, merk ik dat ik steeds meer op de mensen vooruit begin te lopen. In ieder geval in mijn hoofd. Denkbeeldig loop ik door een school waarin iedereen vol enthousiasme met computers en gadgets van het onderwijs geniet of hieraan digitaal vormgeeft. Ik weet dat dit in werkelijkheid niet zo is. De school staat nog aan het prille begin van de 21ste eeuw. We lopen eerder achterop dan voorop als het gaat om ICT. Dat wordt nog eens bevestigd door enkele collega’s die letterlijk zeggen dat ze computers haten. In mijn hoofd heb ik gelukkig wel al ideeën over hoe ik hen enthousiast kan maken en ze kan ondersteunen in hun digitalisering. In de hoop dat ze ook maar de helft zo enthousiast worden over ICT op school, als ik dat ben.

Toch werd ik van de week weer eens hard met beide benen op de grond gezet. Het gebeurde in de aanloop van een concert van het Residentie Orkest. Ik was blij, want ik had een kaartje gekregen voor de vierde symfonie van Gustav Mahler voor mijn veertigste verjaardag. Ik kom zo af en toe in de concertzaal en het viel me al niet eens meer op dat, ondanks dat ik zelf ook niet meer de jongste ben, ik te maken had met een behoorlijk vergrijst publiek.

Voor het concert begon, nam ik een kopje koffie in de hal van het Zuiderstrandtheater. Omdat ik alleen was, liep ik naar een statafel waar een oudere man stond. Ik vroeg hem of ik bij hem aan tafel mocht staan en hij zei dat er nog anderen kwamen, maar dat hij het zeker geen probleem vond. Al snel kwam zijn vrouw en een ander bevriend echtpaar aan tafel staan. Allen waren aanzienlijk ouder dan ik was. Waarschijnlijk dubbel mijn leeftijd.

Uiteraard ging het gesprek over het concert waar we naar zouden gaan luisteren. Het bleek dat de vrouw van de man bij wie aan tafel was gaan staan, de vierde symfonie niet kende. Toen de andere man opmerkte dat hij had verwacht dat ze toch wel alle cd’s zou hebben van Mahler, antwoordde ze lachend: “Nee hoor, geen een. Nee, tegenwoordig gebruiken wij alleen nog maar Spotify. Daar hebben ze ook alles op.”

Eh, wat? Dacht ik. Spotify gebruikt door hen? Waren ze daar niet te oud voor? Maar het ging nog verder… De vrouw, die de symfonie niet kende, vertelde dat ze een app gebruikte van het Residentie Orkest waarmee ze tijdens de voorstelling kon kijken wat de muziek op dat moment betekende. Een soort van ondertiteling bij de muziek. Ik wist niet eens dat het Residentie Orkest een app had!

Terwijl de twee oudere paren met elkaar in gesprek waren over de Wolfgang-app, realiseerde ik me vol verbazing dat ik hen verkeerd had ingeschat. Het was duidelijk fout van mij om te denken dat ze te oud waren voor het gebruik van moderne ICT-middelen. Maar als ik hen verkeerd inschatte, wie schat ik dan nog meer verkeerd in als het gaat om ICT? Wie bij mij op school onderschat ik of overschat ik?

Het werd me duidelijk dat ik niet moet blindstaren op nieuwe ICT-mogelijkheden. Ik moet me vooral bezig houden met het begeleiden van mijn team in het gebruik van ICT-middelen. Dit kunnen nieuwe, maar ook bestaande middelen zijn. Dat betekent wel dat ik zicht moet hebben in hoe zij over ICT denken en waar hun behoeftes hierin liggen. Daarbij moet ik rekening houden dat iedereen zijn eigen pad moet kunnen bewandelen in het gebruik en begeleiding. Tijd dat ik vooral het gesprek aan ga met hen, zodat ik mijn werk als ICT-coördinator goed kan doen. En dan loop ik over paar jaar echt door een school waarin iedereen vol enthousiasme met computers en gadgets aan de slag is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.